ECLI:NL:RBDOR:2008:BE0680
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging huurovereenkomst na beëindiging officierschap Leger des Heils
De zaak betreft een geschil tussen het Leger des Heils Dienstverlening en voormalige officiers die na beëindiging van hun officierschap een nieuwe huurovereenkomst voor de woning kregen aangeboden. Deze nieuwe overeenkomst werd door de gedaagden geweigerd. Het Leger des Heils stelde de huurovereenkomst op en zegde deze op met als grondslag artikel 7:274 lid 1 sub d BW Pro.
De gedaagden voerden aan dat het Leger des Heils Dienstverlening niet bevoegd was om op te treden, dat de dagvaarding nietig was en dat het aanbod niet redelijk was. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat het Leger des Heils Dienstverlening bevoegd was namens het Kerkgenootschap op te treden en dat de dagvaarding geldig was.
De kern van het geschil was of het aanbod tot een nieuwe huurovereenkomst een wijziging van de huurprijs inhield. De rechtbank stelde vast dat het aanbod een hogere huurprijs betrof dan de eerdere vergoeding van € 370,- per maand, die deels bestond uit een fictief bedrag en deels uit een vergoeding voor officierswerkzaamheden. Omdat het Leger des Heils Dienstverlening geen concreet bewijs leverde dat het aanbod geen wijziging van de huurprijs inhield, kon het beroep op de opzeggingsgrond niet slagen.
Daarom werd de vordering tot vaststelling van het einde van de huurovereenkomst afgewezen en werd de huurovereenkomst verlengd voor onbepaalde tijd. Het Leger des Heils Dienstverlening werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt verlengd voor onbepaalde tijd en de vordering tot beëindiging wordt afgewezen.