ECLI:NL:RBDOR:2008:BE8940
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verwijdering schutting in brandgang tussen tuinen toegewezen
In deze civiele zaak vordert eiser de verwijdering van een schutting die door gedaagde is geplaatst in een brandgang tussen de tuinen van hun respectievelijke percelen. De brandgang is gevestigd als erfdienstbaarheid ten behoeve van het perceel van eiser en ten laste van het perceel van gedaagde. Gedaagde voert onder meer verjaring en misbruik van bevoegdheid aan als verweer.
De rechtbank stelt vast dat de erfdienstbaarheid van voetpad en brandgang rechtsgeldig is gevestigd in 1975 en dat deze erfdienstbaarheid blijft rusten op het dienende erf, ook na latere eigendomsoverdrachten. Het verjaringsverweer faalt omdat de schutting recentelijk is geplaatst en de verjaringstermijn van 20 jaar niet is voltooid. De breedte van het pad is vastgesteld op circa 180 cm, waar de schutting de doorgang beperkt tot ongeveer 100 cm.
De rechtbank oordeelt dat eiser recht heeft op verwijdering van de schutting, ook gelet op het belang van eiser die binnenkort afhankelijk zal zijn van een rolstoel. Het belang van gedaagde bij het behoud van de schutting weegt niet op tegen het recht van eiser. De gevorderde dwangsom wordt toegewezen met een maximum van €35.000. De vordering tot wijziging van de erfdienstbaarheid wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot verwijdering van de schutting in de brandgang binnen vier weken onder dwangsom.