ECLI:NL:RBDOR:2008:BE9373
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering doorbetaling loon na ontslag op staande voet wegens malversatie urenregistratie
Eiser was sinds januari 2008 in dienst bij Grand café One als procuratiehouder/algemeen horeca manager. Partijen waren overeengekomen dat overuren in principe niet worden uitbetaald, maar mogelijk aan het einde van het jaar gecompenseerd zouden worden. In mei 2008 constateerde de werkgever onregelmatigheden in de urenregistratie van eiser en zijn familieleden, waarbij werktijden waren opgegeven terwijl het alarmsysteem was ingeschakeld, wat duidde op malversatie.
Naar aanleiding hiervan werd eiser op 3 juni 2008 op staande voet ontslagen. Eiser betwistte het ontslag en vorderde loon, vakantiegeld en betaling van overuren. De werkgever voerde verweer dat er sprake was van malversatie, dat reeds een voorschot was betaald en dat de Belastingdienst beslag had gelegd op de vorderingen van eiser.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet terecht was gegeven vanwege de geconstateerde onregelmatigheden en het ontbreken van een sluitende verklaring van eiser. Daarnaast ontbrak het spoedeisend belang bij de vorderingen, mede doordat eiser inmiddels ander werk had en de Belastingdienst beslag had gelegd op de vorderingen. Ook was onduidelijk hoe de bodemprocedure zou verlopen, waardoor toewijzing nu onwenselijk was.
De vorderingen tot loon, vakantiegeld en overuren werden daarom afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een spoedeisend belang en voldoende bewijs essentieel zijn voor toewijzing van loonvorderingen na ontslag op staande voet.
Uitkomst: De vorderingen tot doorbetaling van loon, vakantiegeld en overuren na ontslag op staande voet worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onzekerheid over de bodemprocedure.