ECLI:NL:RBDOR:2008:BF0625
Rechtbank Dordrecht
- Wraking
- P.W. van Baal
- A.P. Hameete
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid rechter
In deze zaak heeft de verdachte via zijn raadsvrouw een verzoek tot wraking ingediend tegen een lid van de meervoudige strafkamer, omdat deze rechter eerder een definitief standpunt had ingenomen in een beschikking over de voorlopige hechtenis van de verdachte. De verdachte vreesde daardoor vooringenomenheid bij de behandeling van de bodemzaak.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en onderzocht of er sprake was van een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid. De rechter wiens wraking werd verzocht, stelde dat het wettelijk is toegestaan dat een rechter die een voorlopige hechteniszaak behandelt ook de bodemzaak behandelt, en dat zijn eerdere oordeel niet definitief was.
De officier van justitie verwees naar jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waarin werd vastgesteld dat de toetsingscriteria voor voorlopige hechtenis en de bodemzaak verschillen, en dat dit geen reden is voor wraking zonder bijkomende omstandigheden.
De wrakingskamer oordeelde dat hoewel de toetsingskaders verschillen, de rechter in deze zaak op basis van volledige en definitieve informatie een standpunt had ingenomen dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Dit leidde tot de objectief gerechtvaardigde schijn dat de rechter ook in de bodemzaak bij dit standpunt zou blijven. Daarom zijn er uitzonderlijke omstandigheden die de vrees van vooringenomenheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer wees het verzoek tot wraking toe en bepaalde dat de rechter niet langer betrokken kan zijn bij de behandeling van de bodemzaak.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid van de rechter.