ECLI:NL:RBDOR:2008:BF0631
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator wegens ontbreken bewijs van slechte trouw bij verrekening in faillissement
De curator in het faillissement van Horestra B.V. vorderde dat de rechtbank vaststelde dat gedaagde niet te goeder trouw was bij het verrekenen van een vordering op Horestra met een vordering die Horestra had op derden. Tevens wilde de curator bewijzen dat de betaling door Horestra aan gedaagde het resultaat was van overleg met het doel gedaagde boven andere schuldeisers te bevoordelen.
De rechtbank oordeelde dat de curator niet was geslaagd in het bewijs dat gedaagde niet te goeder trouw was. Er was onvoldoende bewijs dat gedaagde wist of had moeten weten dat Horestra in financiële problemen verkeerde die een faillissement voorspelbaar maakten. De curator kon ook niet aantonen dat de betaling het gevolg was van overleg met het oogmerk van bevoordeling boven andere schuldeisers.
De rechtbank nam mee dat het vertrouwen van gedaagde in de kopers en de opbrengsten van het café gerechtvaardigd was, mede doordat Heineken als verhuurder en mede-financier betrokken bleef. De curator kon geen overtuigend bewijs leveren dat gedaagde reden had tot nader onderzoek of dat er sprake was van overleg met bevoordelingsdoel.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van de curator af en veroordeelde deze in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr.drs. E. van Schouten op 3 september 2008.
Uitkomst: Vorderingen van de curator worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van slechte trouw en bevoordeling.