ECLI:NL:RBDOR:2008:BF0767
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Loonvordering na onterecht ontslag op staande voet wegens vermeende zorgfraude
Een verzorgende op niveau 2 werd op staande voet ontslagen door haar werkgever, Stichting Rivas Zorggroep, na klachten van een cliënt dat zij minder zorg had verleend dan gerapporteerd en dat de cliënt niet was gedoucht. De werkgever baseerde het ontslag op een intern onderzoek dat stelde dat de cliënt niet was gedoucht en dat de werkneemster slechts 10 minuten zorg had verleend in plaats van 45 minuten.
De werkneemster betwistte de beschuldigingen en stelde dat zij de zorg wel had verleend en dat het ontslag onterecht was. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was gebleken dat de werkneemster daadwerkelijk minder zorg had verleend dan vermeld en dat de klacht van de cliënt onvoldoende bewijs vormde. Ook het onderzoek van de medewerkers van Rivas was onvoldoende objectief om het ontslag te rechtvaardigen.
Daarom werd het ontslag op staande voet als onterecht beoordeeld en werd de werkgever veroordeeld tot doorbetaling van het salaris en vakantietoeslag vanaf 1 juni 2008 tot het einde van het dienstverband. De gevorderde wettelijke verhoging en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon en vakantietoeslag wegens onterecht ontslag op staande voet.