ECLI:NL:RBDOR:2008:BF1297
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bouter
- Visser
- Eerdhuijzen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid arts voor grensoverschrijdend gedrag tijdens behandelrelatie
Deze civiele zaak draait om de vraag of een arts onrechtmatig heeft gehandeld jegens een (voormalig) patiënte door tijdens of kort na de behandelrelatie een intieme relatie met haar aan te gaan in 1994/1995. De patiënte vordert dat de arts aansprakelijk wordt gesteld voor de door haar geleden materiële en immateriële schade.
De arts voert primair verjaring aan, omdat de schadeveroorzakende gebeurtenissen meer dan vijf jaar geleden zouden hebben plaatsgevonden. De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat de patiënte voldoende heeft gesteld dat zij pas medio 2003 bekend werd met de schade en de aansprakelijke persoon, mede door psychische problemen die haar het instellen van een vordering belemmerden.
De rechtbank overweegt dat een arts zich moet onthouden van seksuele contacten met (voormalige) patiënten vanwege de ongelijkwaardige positie en de vertrouwensrelatie. Indien de relatie heeft bestaan, heeft de arts niet gehandeld zoals van een goed hulpverlener mag worden verwacht en is hij toerekenbaar tekortgeschoten. De patiënte wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent het bestaan van de relatie. Tussentijds hoger beroep wordt open gesteld en verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: Verjaring wordt gepasseerd en patiënte wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent het bestaan van een intieme relatie met de arts; tussentijds hoger beroep wordt toegestaan.