ECLI:NL:RBDOR:2008:BG1533
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P. Hameete
- B.M.R.M. Edelhauser - Van Vlijmen
- F.G.H. Kristen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel over meerdere perioden
De rechtbank Dordrecht behandelde een ontnemingszaak tegen de verdachte wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het dealen van cocaïne in de periode van juni 2001 tot juni 2007. De rechtbank onderscheidde drie perioden binnen deze handelsactiviteiten, waarbij voor periode 1 en 3 op basis van getuigenverklaringen en schattingen het wederrechtelijk verkregen voordeel werd berekend. Periode 2 kon niet worden vastgesteld wegens gebrek aan bewijs.
De verdediging voerde aan dat de gehanteerde extrapolatiemethode niet voldeed aan de eisen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in het Geerings-arrest, en stelde voor om vermogensvergelijking toe te passen. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat de extrapolatiemethode in deze zaak voldoende door feiten werd ondersteund en niet in strijd was met het EHRM-arrest.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd gebaseerd op het aantal weken waarin cocaïne werd verkocht, de gemiddelde hoeveelheid per week, de verkoopprijs en de inkoopprijs. De netto opbrengst werd vastgesteld op 14.295 euro, waarop de ontnemingsmaatregel werd gebaseerd. De rechtbank legde de verplichting op aan de verdachte om dit bedrag aan de staat te betalen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer, waarbij een van de rechters niet in staat was de uitspraak mede te ondertekenen. De toegepaste wettelijke grondslag was artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot betaling van 14.295 euro aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.