ECLI:NL:RBDOR:2008:BG2056
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Eiser stelde beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) dat een uitkering op grond van de Ziektewet weigerde toe te kennen. Na een nieuw besluit van verweerder op 25 april 2008, waarbij volledig aan de bezwaren van eiser werd tegemoetgekomen, trok eiser het beroep in tijdens de zitting van 7 juli 2008 en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overwoog dat eiser het beroep al vóór de zitting had kunnen intrekken en dat de kosten die in verband met de zitting zijn gemaakt daarom niet als redelijkerwijs gemaakte kosten kunnen worden aangemerkt. De kosten die verband houden met het beroepschrift zelf zijn echter wel redelijk en worden toegewezen.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van EUR 322,- aan proceskosten, begroot op basis van één punt voor het beroepschrift en een wegingsfactor van 1. De rechtbank wees het UWV aan als de partij die deze kosten aan de griffier moet vergoeden.
De uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt dat proceskostenvergoeding kan worden toegewezen bij intrekking van beroep na tegemoetkoming door het bestuursorgaan, mits de kosten redelijk zijn gemaakt.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van EUR 322,- aan proceskosten voor het beroepschrift, maar niet voor de zittingskosten.