ECLI:NL:RBDOR:2008:BG2061
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid in strafprocedure
In deze zaak heeft de raadsman van verdachten een verzoek tot wraking ingediend tegen een rechter van de sector strafrecht van de rechtbank Dordrecht. Het verzoek was gebaseerd op de vrees voor vooringenomenheid van de rechter, die eerder beslissingen had genomen over bezwaarschriften tegen de dagvaarding in dezelfde strafzaken.
De raadsman stelde dat de rechter onpartijdig zou zijn omdat hij eerder had geoordeeld dat de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek onherroepelijk was en dat de verdachten niet-ontvankelijk waren in hun bezwaarschriften. De rechter had bovendien de bezwaarschriften tegen de dagvaarding als achterhaald bestempeld.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het enkele feit dat dezelfde rechter in verschillende fasen van de procedure beslissingen neemt over vergelijkbare argumenten niet leidt tot twijfel aan zijn onpartijdigheid. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverden.
De officier van justitie steunde dit standpunt en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. De beslissing werd genomen door een andere meervoudige kamer van de rechtbank Dordrecht op 30 oktober 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.