ECLI:NL:RBDOR:2008:BG3517
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen wegens zeer dringende redenen bij energieleveringsafsluiting met minderjarige kinderen
Verzoekster heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor haar schuld bij Eneco, maar dit werd door verweerster afgewezen omdat zij onvoldoende verantwoordelijkheid zou hebben getoond en schulden had opgebouwd terwijl zij middelen had om in het bestaan te voorzien. Verzoekster woont met vier minderjarige kinderen die sinds augustus 2007 zonder gas en elektriciteit zitten, wat schadelijk kan zijn voor hun welzijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks het verleden van verzoekster en haar betalingsachterstanden, de belangen van de minderjarige kinderen zwaar wegen. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat het begrip zeer dringende redenen in de WWB moet worden uitgelegd conform het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Energievoorziening valt onder huisvesting in dit kader.
Omdat verzoekster al geruime tijd afgesloten is van energielevering en er geen alternatieve voorziening is, is er sprake van zeer dringende redenen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe om verweerster te verplichten binnen vier weken een beslissing op bezwaar te nemen. Tevens wordt verweerster veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht vergoed.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het verlenen van bijstand in deze fase niet het karakter van een voorlopige voorziening mag overstijgen om een onomkeerbare situatie te voorkomen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en verweerster opgedragen binnen vier weken een beslissing op bezwaar te nemen vanwege zeer dringende redenen door afsluiting van energielevering met minderjarige kinderen in het gezin.