2.1. Bestreden besluit
Het bestreden besluit strekt tot handhaving van het besluit van 24 januari 2006. Ter motivering van het bestreden besluit heeft verweerder het advies van 10 april 2006 van de commissie voor beroep- en bijzondere bezwaarschriften (hierna: commissie) overgenomen. Volgens dit advies zijn bij verkeersbesluit van 23 juli 2002 diverse straten, waaronder de [strtaatnaam], gesloten verklaard voor motorvoertuigen c.q. bestuurders.
Op 9 januari 2003 heeft Ieniemini een verzoek om nadeelcompensatie ingediend. De Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (hierna: SAOZ) heeft verweerder geadviseerd dit verzoek toe te wijzen tot een bedrag van EUR 57.180,--. Op 1 juni 2005 heeft verweerder besloten dit bedrag bij wijze van voorschot aan Ieniemini over te maken. Nadat de verkeersbesluiten op 14 december 2005 onherroepelijk waren geworden, heeft verweerder het besluit van 24 januari 2006 genomen.
Het toepassen van een korting op het schadebedrag wegens normaal maatschappelijk risico of ondernemersrisico is in de jurisprudentie algemeen aanvaard. De hoogte van de korting is afhankelijk van de mate waarin de schadeveroorzakende maatregel te verwachten was en is in dit geval bepaald op 25 procent. De (als een deskundige aan te merken adviseur van de) SAOZ heeft hierbij de aard van de maatregel en de omstandigheden van het geval betrokken, waaronder de omstandigheid dat de ondernemers van de [straatnaam 1] voordeel genoten van het niet handhaven van het parkeerverbod in de straat. De commissie kan zich vinden in de hoogte van de korting. Een ondernemer die is gevestigd aan de openbare weg moet er rekening mee houden dat aan de weg wijzigingen plaatsvinden die de bereikbaarheid kunnen beïnvloeden. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid, althans een veel gezien verschijnsel, dat gemeenten met historische binnensteden beleid voeren om hun kernen autoluw te maken. Het niet handhaven van het parkeerverbod heeft geleid tot een extra korting van 5procent, die bij alle ondernemers aan de [straatnaam 1] is toegepast. Eiseressen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de SAOZ ten onrechte rekening heeft gehouden met het parkeerverbod.
De SAOZ heeft de schade van eiseressen beoordeeld op grond van jaarcijfers. De door eiseressen overgelegde nadere stukken zijn niet ingediend toen SAOZ daarom vroeg en deze stukken zouden geen ander beeld mogen geven dan de officiële jaarstukken. Bovendien waren de investeringen al afgeschreven toen het verkeersbesluit in werking trad.
De SAOZ heeft opgemerkt dat de gevolgen voor de toekomst van de op zichzelf redelijke ondernemerskeuze om te verhuizen naar het [straatnaam 2] voor risico van eiseressen zijn. De latere bedrijfsbeëindiging en de daarmee gepaard gaande kosten zijn niet terug te voeren op de verkeersbesluiten en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
De adviezen van de SAOZ zijn voldoende inzichtelijk en in het nadere advies van 29 augustus 2005 worden de bezwaren van eiseressen voldoende gemotiveerd weerlegd. Eiseressen hebben geen deskundig tegenadvies overgelegd en zij hebben niet aannemelijk gemaakt dat de adviezen van de SAOZ inhoudelijk onzorgvuldig zijn. Verweerder heeft het primaire besluit in redelijkheid kunnen baseren op de adviezen van de SAOZ.
2.2. Gronden van beroep
Eiseressen hebben het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd.
Ten onrechte heeft verweerder bij de toekenning van nadeelcompensatie een korting toegepast. De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) dat periodiek onderhoud aan een openbare weg een hoger kortingspercentage rechtvaardigt, is hier niet toepasbaar. Er is in dit geval geen sprake van een tijdelijke, maar van een definitieve afsluiting.
Reeds in 2001 heeft Seinpost de gemeente voorgesteld maatregelen te treffen in verband met de voorgenomen verkeersmaatregelen. Verweerder heeft desondanks geen schaderegeling in het leven geroepen en evenmin heeft hij een voorziening getroffen om gedupeerde ondernemingen te ondersteunen. De afsluiting is geëffectueerd voordat de verkeersbesluiten onherroepelijk zijn geworden, maar de nadeelcompensatie is niet tijdig afgewikkeld, ook al hebben eiseressen reeds op 9 januari 2003 een verzoek om nadeelcompensatie ingediend. Vertrouwend op de toezegging dat de schadevergoeding ten titel van nadeelcompensatie voor 1 januari 2004 zou worden uitgekeerd is Ieniemini verhuisd naar het [stratnaam 2], ook al wist zij dat de infrastructuur daar in de zomer van 2004 zou verslechteren. Eiseressen waren van plan de winkel vervolgens elders voort te zetten, maar de uitbetaling van de schadevergoeding liet langer op zich wachten dan toegezegd en uiteindelijk heeft Ieniemini haar deuren moeten sluiten. Onder deze omstandigheden is het toepassen van een korting niet te rechtvaardigen.
Ten tijde van de vestiging van Ieniemini aan de [straatnaam 1] in 1998 was er geen sprake van een op handen zijnde beperking van de verkeersstromen, een voornemen daartoe of een reden om te veronderstellen dat Ieniemini hiermee rekening had moeten houden. Eiseressen betwisten dat het een feit van algemene bekendheid is dat gemeenten met historische binnensteden een beleid voeren om hun kernen autoluw te maken en dat de klanten van Ieniemini hun auto’s parkeerden in strijd met het geldende parkeerverbod. Er waren voldoende parkeerplaatsen voor deze klanten. De SAOZ had duidelijk moeten maken waarop zij haar door eiseressen betwiste uitspraak baseert dat meerdere ondernemers en ook Ieniemini melding hebben gemaakt van het niet handhaven van het bestaande parkeerverbod.
Ten onrechte heeft verweerder de in 1998 en 1999 gedane investeringen voor de inrichting en uitbreiding van de winkel aan de [straatnaam 1] niet vergoed, ook al merkt de SAOZ de verhuizing naar een ander pand terecht aan als een goede ondernemerskeuze. Uitgaande van een afschrijvingstermijn van tien jaar hadden deze investeringen ten tijde van de verhuizing van Ieniemini naar het [straatnaam 2] hun waarde nog niet verloren. De economische restwaarde van de gekochte inventaris ten tijde van de gedwongen verhuizing naar het [straatnaam 2] wordt door eiseressen op een bedrag van EUR 4.000,-- gesteld. Dat de inventaris ten tijde van de verhuizing al was afgeschreven, laat onverlet dat eiseressen schade hebben geleden door deze gedwongen verhuizing. Afschrijving is een fiscale aangelegenheid, die losstaat van de (dag)waarde van de inventaris. De waarde van de inventaris had als stille reserve geactiveerd moeten worden en had in de schadeberekening meegenomen moeten worden.