ECLI:NL:RBDOR:2008:BG5213
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer wegens vertraagde pensioenovereenkomst en gebrek aan causaal verband
Werknemer trad in april 2001 in dienst bij werkgever met een aanbod tot pensioenovereenkomst, maar door vertraging kwam deze pas ruim anderhalf jaar later tot stand. Binnen een jaar na aanvang van de pensioenverzekering werd werknemer arbeidsongeschikt. De verzekeraar weigerde premievrije voortzetting omdat de verzekering niet langer dan een jaar had gelopen.
Werknemer vorderde dat werkgever alsnog pensioenopbouw zou treffen conform premievrije voortzetting en schadevergoeding wegens niet tijdige nakoming van de pensioentoezegging. Werkgever voerde aan dat vertraging mede door werknemer kwam en dat het een inspanningsverplichting betrof.
De rechtbank oordeelde dat het niet vaststaat wie de vertraging veroorzaakte en dat werknemer onvoldoende aannemelijk maakte dat de schade aan werkgever is toe te rekenen. Bovendien was het niet te verwachten dat vertraging zou leiden tot het verlies van premievrije voortzetting. Daarom werd de vordering afgewezen en werd werknemer veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van werknemer tot schadevergoeding en pensioenopbouw wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband en toerekenbaarheid.