ECLI:NL:RBDOR:2008:BG5422
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte van geleasede containers na faillissement vervoerder
De zaak betreft een geschil over de afgifte van 82 containers met rijst die door Europe West Indië Lijnen B.V. (EWL) waren geleased aan vijf leasemaatschappijen. Na het faillissement van EWL werden de containers in Bilbao gelost en vervolgens door een andere partij naar Rotterdam vervoerd. De leasemaatschappijen vorderen van de opdrachtgever, de gedaagde, de afgifte van de inmiddels geleegde containers.
De gedaagde voert verweer met een beroep op retentierecht wegens gemaakte vervoerskosten, zaakwaarneming en redelijkheid en billijkheid, en betwist de beëindiging van de leaseovereenkomsten en het eigenaarschap van de containers door eiseressen. De voorzieningenrechter oordeelt dat er voldoende spoedeisend belang is bij afgifte, maar het retentierecht niet toekomt omdat de vordering niet voortvloeit uit een overeenkomst tussen gedaagde en eiseressen.
Ook het beroep op zaakwaarneming en redelijkheid en billijkheid wordt verworpen. De rechter stelt vast dat de leaseovereenkomsten zijn geëindigd door het faillissement van EWL en dat eiseressen als rechthebbenden op de containers moeten worden aangemerkt. De vordering tot afgifte wordt toegewezen onder de voorwaarde van schriftelijke vrijwaring door eiseressen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval gedaagde niet binnen zeven dagen na betekening aan het vonnis voldoet.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de containers aan eiseressen onder oplegging van een dwangsom.