ECLI:NL:RBDOR:2008:BG5425
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor conservatoir beslag op IJslandse bank zonder voorafgaand horen
Verzoekster, een rechtspersoon gevestigd in Duitsland, verzocht de voorzieningenrechter om verlof tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van een IJslandse bank, met een vordering van 35 miljoen euro. Verzoekster vroeg tevens om geen toepassing van art. 700 lid 4 Rv Pro, dat normaliter vereist dat de bank wordt gehoord voordat beslag wordt gelegd.
De voorzieningenrechter overwoog dat de wetgever in IJsland maatregelen had genomen om activa over te hevelen naar een andere bank, waardoor verhaalsmogelijkheden van schuldeisers beperkt zouden kunnen worden. Dit bracht een zwaarwegend belang van verzoekster mee om beslag te leggen zonder voorafgaand horen, mede gezien de financiële situatie van IJslandse banken.
Het belang van de bank om gehoord te worden werd voldoende gewaarborgd doordat zij op korte termijn in kort geding tegen het beslag kan opkomen. De voorzieningenrechter stond het beslag toe, met een begroting van 45 miljoen euro en de verplichting dat de hoofdzaak binnen acht weken na het beslag wordt ingesteld. Het verzoek om exploot op alle dagen en uren werd afgewezen wegens gebrek aan motivatie.
Uitkomst: Verzoek tot conservatoir beslag op IJslandse bank wordt toegestaan zonder toepassing van art. 700 lid 4 Rv, met voorwaarden.