ECLI:NL:RBDOR:2009:BG9499
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- T. Zuidema
- Rechtspraak.nl
Geen recht opdrachtgever om deel werk als minderwerk aan derde op te dragen na bestekwijziging
In deze zaak staat centraal de uitvoering van een deel van een bouwproject, namelijk de onderbouw bestaande uit stalen boomconstructies. De opdrachtgever, VSB Bouw B.V., had een overeenkomst met onderaannemer [O] Staalbouw B.V. gesloten voor de vervaardiging en montage van deze constructies. Na het ontdekken van een ondeugdelijk basisontwerp voor de onderbouw, heeft VSB met hulp van [O] Staalbouw en derden alternatieven onderzocht. Vervolgens heeft VSB besloten de onderbouw aan een derde op te dragen en [O] Staalbouw een minderwerkopdracht te verstrekken.
[O] Staalbouw vorderde in kort geding dat VSB werd verboden met derden te onderhandelen of overeenkomsten aan te gaan voor onderdelen van het project die aan [O] Staalbouw waren opgedragen, en dat VSB mee zou werken aan schriftelijke vastlegging van de gewijzigde werkzaamheden en condities. VSB verweerde zich met het standpunt dat zij bevoegd was de overeenkomst geheel of gedeeltelijk op te zeggen en dat de bestekwijziging een recht gaf om het werk aan een derde te gunnen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel sprake was van een bestekwijziging, dit niet betekent dat VSB het recht had om het werk als minderwerk aan een derde op te dragen zonder overeenstemming met [O] Staalbouw. Er was geen sprake van partiële ontbinding wegens tekortkoming, maar van een feitelijke gedeeltelijke opzegging van de overeenkomst door VSB op grond van artikel 7:764 lid 2 BW Pro. De vorderingen van [O] Staalbouw werden daarom afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Vorderingen van onderaannemer afgewezen wegens feitelijke gedeeltelijke opzegging overeenkomst door opdrachtgever.