ECLI:NL:RBDOR:2009:BH1925
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente vordert vergoeding kosten afvoer geblust hooi en stro na brand boerderij
De gemeente ’s-Gravendeel vorderde van de erven van de eigenaar van een afgebrande boerderij de kosten voor het afvoeren van geschud en afgeblust hooi en stro. De kernvraag was of de gemeente handelde in de uitoefening van haar publieke taak, waardoor kosten niet op de erven verhaald konden worden, of dat dit niet het geval was, zodat de kosten wel verhaald konden worden.
Na bewijslevering, waaronder getuigenverklaringen van betrokken brandweerlieden en familieleden, oordeelde de rechtbank dat het hooi en stro niet meer brandend waren en geen acuut gevaar vormden. Daarmee viel het afvoeren niet onder de publieke taak van de gemeente zoals omschreven in de Brandweerwet. De gemeente had geen redelijke grond voor zaakwaarneming gesteld.
De rechtbank verwierp de stelling dat een overeenkomst bestond tussen de gemeente en de erven en concludeerde dat de erven ongerechtvaardigd waren verrijkt doordat de gemeente kosten had gemaakt die anders door hen gedragen hadden moeten worden. De vordering werd daarom toegewezen tot een bedrag van € 69.737,80, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de erven tot betaling van € 69.737,80 plus wettelijke rente en proceskosten aan de gemeente.