ECLI:NL:RBDOR:2009:BH5738
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag na moratorium IJslandse bank
Kaupthing Bank HF, een IJslandse bank, kreeg op 24 november 2008 een moratorium toegekend door de rechter te Reykjavik, met terugwerkende kracht vanaf 21 november 2008, verlengd tot 13 november 2009. KfW legde daarop conservatoir derdenbeslag onder verschillende Nederlandse vennootschappen waarin Kaupthing indirect aandelen hield. Kaupthing vorderde opheffing van deze beslagen en een verbod op nieuwe beslagen.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was betekend en dat het spoedeisend belang voor de kort gedingprocedure aanwezig was vanwege de terzijde stelling van artikel 700 lid 4 Rv Pro. De rechtbank stelde vast dat het moratorium een saneringsmaatregel is volgens de EG-Richtlijn 2001/24 en dat deze in Nederland rechtsgevolgen heeft, beheerst door IJslands recht. De stelling van KfW dat het moratorium alleen geldt voor bijkantoren werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat het conservatoir beslag onrechtmatig was omdat het na het moratorium was gelegd, terwijl volgens IJslands faillissementswet geen beslaglegging mag plaatsvinden zolang het moratorium van kracht is. De vordering tot opheffing van het beslag werd toegewezen en KfW werd verboden nieuwe beslagen te leggen zolang het moratorium geldt zonder dat een liquidatieprocedure is gestart. KfW werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir derdenbeslag wordt opgeheven en nieuwe beslagen zijn verboden zolang het moratorium geldt.