ECLI:NL:RBDOR:2009:BI4394
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
Op 7 mei 2009 heeft de hulpofficier van justitie namens de burgemeester van Zwijndrecht een tijdelijk huisverbod opgelegd aan verzoeker op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van zijn echtgenote in de gezamenlijke woning.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 15 mei 2009 en direct mondeling uitspraak gedaan.
De rechter baseert zich op het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG), waarin verklaringen van diverse betrokkenen zijn opgenomen die stelselmatige vernedering en mishandeling door verzoeker aantonen. Deze verklaringen zijn vastgelegd in proces-verbaal en worden niet betwist.
Gelet op het ernstige vermoeden van geweld en het directe gevaar voor de veiligheid van de echtgenote, oordeelt de rechter dat het huisverbod terecht is opgelegd en dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Ook wordt het beroep ongegrond verklaard.
De rechter ziet geen noodzaak tot schorsing van het huisverbod voor het ophalen van persoonlijke spullen en acht nader onderzoek niet zinvol, zodat de uitspraak in de hoofdzaak onmiddellijk wordt gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het tijdelijk huisverbod wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.