ECLI:NL:RBDOR:2009:BI8021
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenvoeging onroerende zaken voor WOZ-waardering en belastingobject
Eiser betwistte de samenvoeging van drie onroerende zaken tot één WOZ-object en stelde dat een gescheiden waardering noodzakelijk was voor belastingdoeleinden. Verweerder had de waarde van het gehele object vastgesteld en de samenvoeging gehandhaafd.
De rechtbank onderzocht de feitelijke situatie, waarbij bleek dat de panden via verbindingsdeuren met elkaar verbonden zijn, geen gescheiden nutsvoorzieningen hebben en door eiser als één geheel worden gebruikt, ook al zijn er verschillende vennootschappen op de adressen ingeschreven. Dit gebruik wordt gekwalificeerd als een 'kantoor aan huis'.
Op grond van artikel 16 van Pro de Wet WOZ en jurisprudentie concludeerde de rechtbank dat er geen zelfstandige belastingobjecten zijn en dat de samenvoeging terecht is. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de samenvoeging van de panden tot één WOZ-object wordt ongegrond verklaard.