ECLI:NL:RBDOR:2009:BI8111
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering werknemer wegens gezag van gewijsde na burn-out
De werknemer was sinds 1986 in dienst bij de rechtsvoorganger van Haskoning en werd in 2003 ontslagen na een burn-out. In een eerdere procedure in 2004 oordeelde de kantonrechter dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende een schadevergoeding toe, waarbij werd vastgesteld dat de burn-out slechts gedeeltelijk aan de werkgever kon worden toegerekend.
In de onderhavige procedure vorderde de werknemer opnieuw schadevergoeding op basis van een subsidiaire grondslag die in de eerdere zaak niet was besproken. De stellingen en het geschilpunt waren echter identiek aan die in de eerdere procedure, namelijk of de burn-out aan de werkgever te wijten was.
De kantonrechter oordeelde dat het gezag van gewijsde van het eerdere vonnis geldt, waardoor de werknemer niet-ontvankelijk is in zijn vordering. Het feit dat de eerdere uitspraak primair op een andere grondslag was gebaseerd, maakt dit niet anders. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Werknemer wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering wegens gezag van gewijsde van eerder vonnis.