ECLI:NL:RBDOR:2009:BI9942
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Vodafone wegens onvoldoende bewijs contractuele relatie met gedaagde
In deze zaak vordert Vodafone betaling van ruim €5.000,- van gedaagde wegens vermeende contractverlenging van een mobiel abonnement. Vodafone stelt dat gedaagde in 2004 een overeenkomst sloot en deze in 2005 verlengde, waarna zij verantwoordelijk was voor de kosten. Gedaagde betwist dit en stelt dat zij na 2004 niet met Vodafone heeft gecontracteerd en ook niet op de hoogte was van verlengingen of wijzigingen.
De rechtbank analyseert de feiten en stelt vast dat Vodafone onvoldoende feiten heeft gesteld om te bewijzen dat gedaagde daadwerkelijk contractspartij is. Het enkele feit dat contracten op naam van gedaagde zijn gesteld, is onvoldoende, zeker omdat gedaagde gemotiveerd betwist te hebben getekend of een telefoon te hebben ontvangen. Vodafone heeft ook niet duidelijk gemaakt welke overeenkomst zij precies bedoelt, mede omdat na 2005 meerdere overeenkomsten met een andere persoon zijn gesloten.
De rechtbank oordeelt dat Vodafone onvoldoende zorgvuldigheid betracht heeft bij het vaststellen van de contractspartij en dat de bewijslast bij Vodafone ligt. Omdat Vodafone dit niet heeft kunnen aantonen, wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Vodafone in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Vodafone af wegens onvoldoende bewijs dat gedaagde contractspartij is.