ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ0046
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vrijwaring bewindvoerder wegens niet-naleving publicatieplicht schuldsanering
De zaak betreft een vordering van een bewindvoerder die de Staat wilde verplichten haar te vrijwaren voor de nadelige gevolgen van een veroordeling in een hoofdzaak. De bewindvoerder was aangesteld in een schuldsanering en had de wettelijke taak om de beëindiging daarvan te publiceren in de Staatscourant en een nieuwsblad. De schuldsanering werd beëindigd in maart 2003, maar de publicatie vond pas in januari 2008 plaats.
De bewindvoerder stelde dat de Staat, en in het bijzonder de rechtbank Breda, onzorgvuldig had gehandeld door niet voor tijdige publicatie te zorgen, terwijl volgens richtlijnen de griffie van de rechtbank deze taak verzorgde. De Staat voerde verweer dat de wettelijke taak bij de bewindvoerder lag en dat hij aan zijn verplichtingen had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat ten tijde van de beëindiging van de schuldsanering de Landelijke richtlijnen voor bewindvoerders nog niet bestonden en dat de bewindvoerder wettelijk verantwoordelijk was voor de publicatie. Het feit dat het gebruikelijk was dat de griffie dit deed, ontsloeg de bewindvoerder niet van haar verplichting. De Staat werd daarom niet gehouden de nadelige gevolgen te dragen.
De vordering tot vrijwaring werd afgewezen en de bewindvoerder werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat het voeren van een drukke praktijk niet vrijstelt van de wettelijke verplichtingen als bewindvoerder.
Uitkomst: De vordering tot vrijwaring van de Staat wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.