ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ1430
Rechtbank Dordrecht
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-verwerking minderjarige veroordeelde
Op 21 april 2009 werd op bevel van de officier van justitie celmateriaal van de veroordeelde afgenomen voor DNA-onderzoek. De veroordeelde, destijds 16 jaar oud en veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk brandstichten en openlijke geweldpleging, diende op 4 mei 2009 een bezwaarschrift in tegen de verwerking van zijn DNA-profiel. De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Dordrecht behandelde het bezwaarschrift op 10 juni 2009 achter gesloten deuren.
De veroordeelde voerde aan dat het verwerken van zijn DNA niet van betekenis zou zijn voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten, mede gezien zijn jonge leeftijd, de aard van het gepleegde feit, zijn positieve gedragsontwikkeling, en het geringe risico op recidive zoals blijkt uit rapportages van de jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming. De officier van justitie stelde dat de wet weinig uitzonderingen kent en dat het risico op recidive, ondanks lage inschatting, onvoldoende reden is om het DNA niet op te nemen.
De raadkamer maakte een belangenafweging tussen het maatschappelijk belang bij DNA-verwerking en de persoonlijke belangen van de minderjarige. Gezien de relatief lichte feiten (brandstichten in een prullenbak en het ingooien van een ruit), de positieve gedragsontwikkeling en het minimale recidiverisico, oordeelde de raadkamer dat de persoonlijke belangen zwaarder wegen. Het bezwaarschrift werd gegrond verklaard en de officier van justitie werd bevolen het celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-verwerking wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.