ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ2120
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B. van den Beld
- dr. M.I. Blagrove
- H.M. Dunsbergen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling vader voor ontucht met minderjarige dochter en bezit kinderporno
De rechtbank Dordrecht heeft op 9 juli 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht met zijn minderjarige dochter en het bezit van kinderporno. De feiten betreffen ontucht gepleegd tussen 1990 en 1999 en bezit van kinderporno tot 2007, waaronder foto's van zijn dochter. De dochter deed in 2007 aangifte van het misbruik dat begon toen zij vier jaar was en duurde tot haar twaalfde.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, getuigen, bekentenissen van verdachte en aangetroffen materiaal. De ontucht bestond uit betasten van borsten en vagina, zoenen in de nek, naaktfoto's maken en het afgetrokken worden door het slachtoffer. Verdachte erkende enkele handelingen maar ontkende het afgetrokken worden.
Psychologisch onderzoek wees uit dat verdachte een gemengde persoonlijkheidsstoornis heeft en pedofilie met incestbeperking, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank hield rekening met zijn slechte gezondheid, zelfinzicht en behandeling, maar ook met de ernst en duur van de feiten en het leed dat hij zijn dochter heeft toegebracht.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 2 jaar voorwaardelijk op met een proeftijd van 3 jaar en een maximale werkstraf van 240 uur. De bijzondere voorwaarde is dat verdachte zich moet houden aan aanwijzingen van de reclassering, waaronder het volgen van behandeling. Tevens werden de inbeslaggenomen goederen onttrokken aan het verkeer. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar met een proeftijd van 3 jaar wegens ontucht met zijn minderjarige dochter en bezit van kinderporno.