ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ4969
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende causaal verband bij schade door sanering
Eisers stellen dat tijdens de sanering van hun perceel door gedaagde 1, in opdracht van gedaagde 2, schade is ontstaan aan een hemelwaterafvoer en dat er dieper is gegraven dan noodzakelijk, wat heeft geleid tot instabiliteit van de bodem en extra kosten.
De rechtbank oordeelt dat het vereiste causaal verband tussen de gestelde schade en de beschadiging van de hemelwaterafvoer ontbreekt. Het rapport van Adromi, waarop eisers zich baseren, bevat aannames zonder feitelijke onderbouwing dat dieper is gegraven dan noodzakelijk. Gedaagde 1 betwist dit en onderbouwt met een evaluatieverslag en een verklaring van een werknemer dat de diepte van de ontgraving binnen de grenzen van het plan bleef.
Gezien de onvoldoende onderbouwing van eisers en de betwisting door gedaagden wijst de rechtbank de vordering af. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten en nakosten van gedaagden.
Uitkomst: De vordering van eisers wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband en onvoldoende onderbouwing.