ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ6342
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig bewijs mishandeling vriendin
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van meervoudige mishandeling van zijn vriendin in de periode van 25 maart tot 8 april 2009. Hoewel de officier van justitie stelde dat het huiselijk geweld bewezen was op basis van letselobservaties en verklaringen van het slachtoffer, oordeelde de rechtbank dat het wettig bewijs ontbrak. De verdediging betoogde dat de politieverhoren suggestief waren en dat het slachtoffer zelf geen eigen verklaring had afgelegd.
De rechtbank erkende dat verdachte in het verleden reeds was veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat er een sterke verdenking bestond, maar stelde dat dit onvoldoende was voor een bewezenverklaring. Daarnaast werd het feit dat het slachtoffer geen aangifte had gedaan meegewogen in de bewijsbeoordeling. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Verder behandelde de rechtbank vorderingen van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen, maar wees deze af omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank sprak ook de opheffing van de geschorste voorlopige hechtenis uit.
Het vonnis werd uitgesproken op 27 augustus 2009 door een meervoudige kamer van de rechtbank Dordrecht onder voorzitterschap van M.E.I. Beudeker, met medewerking van de rechters M.A. Waals en M.R.J. Schönfeld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor mishandeling.