ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ9290
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen antispeculatiebeding gemeente Hendrik-Ido-Ambacht
De zaak betreft een geschil tussen eiser en de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht over de toepassing van een antispeculatiebeding in verband met de verkoop van een woning in het project De Volgerlanden.
Eiser stelde dat het beding onredelijk bezwarend was en dat hij niet redelijkerwijs kennis had kunnen nemen van het beding. Tevens voerde hij aan dat de berekening van de overwinst onjuist was, onder meer omdat kosten van een keuken die hij zelf had geplaatst niet waren meegenomen. De gemeente voerde verweer dat het beding rechtsgeldig was overeengekomen, dat eiser bekend was met het beding en dat het gebruikelijk is in gemeentelijke grondontwikkelingspraktijken.
De rechtbank oordeelde dat het antispeculatiebeding niet in strijd is met hogere regelgeving en dat eiser voldoende gelegenheid had om kennis te nemen van het beding. De duur van het beding is conform de kettingbedingsovereenkomst 10 jaar, niet 5 jaar zoals eiser betoogde. De berekening van de overwinst is conform de contractuele bepalingen en de door eiser gemaakte kosten van de keuken zijn weliswaar relevant, maar leiden niet tot een ander oordeel over het depotbedrag. De vordering van eiser wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en bevestigt de geldigheid van het antispeculatiebeding.