ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ9295
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemmingsvereiste echtgenoot bij borgstelling en uitzondering voor normale bedrijfsuitoefening
De zaak betreft een geschil tussen de coöperatieve Rabobank Vlietstreek-Zoetermeer en twee bestuurders/aandeelhouders van Omega Nederland B.V., die zich borg hadden gesteld voor een krediet aan Omega. De echtgenoten van de borgstellers hadden de vernietiging van de borgtochten ingeroepen wegens het ontbreken van hun toestemming, zoals vereist is volgens artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro.
De rechtbank onderzocht of de uitzondering op dit toestemmingsvereiste van toepassing was, namelijk dat toestemming niet nodig is indien de borgstelling is verricht door een bestuurder die de meerderheid van de aandelen houdt en de borgstelling is geschied ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening. De rechtbank concludeerde dat ondanks eerdere faillissementen en kredietbeperkingen, het krediet een regulier bedrijfskrediet betrof dat werd gebruikt voor normale bedrijfsactiviteiten zoals inlossing van bestaande kredieten en uitbreiding van werkkapitaal.
De rechtbank verwierp het verweer van de eisers dat sprake was van een bijzonder verhoogd kredietrisico en dat de borgstellingen daarom vernietigbaar zouden zijn. De eerdere faillissementen waren vernietigd en de financiële situatie van Omega vertoonde positieve ontwikkelingen. De borgstellingen werden dan ook geacht te zijn aangegaan ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf, waardoor geen toestemming van de echtgenoten nodig was.
Het verstekvonnis van 7 januari 2009, waarin de eisers werden veroordeeld tot betaling aan Rabobank Vlietstreek, werd bekrachtigd. Tevens werden de eisers veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt het verstekvonnis en veroordeelt de borgstellers tot betaling en in de kosten van de verzetprocedure.