ECLI:NL:RBDOR:2009:BK1900
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs eigendomsoverdracht schip tussen curator en gedaagde
In deze civiele procedure stond centraal of het schip in april 2004 krachtens een mondelinge overeenkomst tussen ECM Krimpen B.V. en gedaagde in eigendom was overgedragen aan laatstgenoemde. De curator van ECM voerde aan dat de eigendom pas was overgegaan na volledige betaling en overdracht van eigendomspapieren, terwijl gedaagde en een bestuurder van ECM verklaarden dat de eigendomsoverdracht reeds in april 2004 had plaatsgevonden.
De rechtbank nam getuigenverklaringen in over de afspraken en de registratie van het schip bij het kadaster, waarbij gedaagde als eigenaar werd vermeld. De curator en zijn kantoorgenoot konden geen directe verklaring geven over de april 2004 afspraken en hun latere verklaringen werden door de rechtbank minder zwaar gewogen, mede vanwege het ontbreken van ondertekening en twijfel over de aantekeningen die werden gebruikt.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde geslaagd was in zijn bewijsopdracht dat de eigendom in april 2004 was overgegaan. De vordering van de curator werd afgewezen en deze werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Tevens werd een eerdere productie van de curator buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en veroordeelt deze tot betaling van de proceskosten.