ECLI:NL:RBDOR:2009:BK3339
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging verstrekkingen op grond van beëindiging verblijfstitel asielzoeker
Eiser, een asielzoeker zonder geldige verblijfstitel sinds december 2007, ontving verstrekkingen op grond van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA). Verweerder besloot deze verstrekkingen per 21 april 2008 te beëindigen, omdat eiser rechtmatig verwijderbaar was geworden. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 31 oktober 2008 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde eiser beroep in bij de rechtbank Dordrecht.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 15 van Pro de ROA de verstrekkingen automatisch eindigen vier weken nadat een asielzoeker rechtmatig verwijderbaar is geworden. Dit rechtsgevolg trad reeds in omstreeks 31 december 2007 in, ruim vóór het besluit van 10 april 2008. De brief van 10 april 2008 was daarom geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en kon het rechtsgevolg van beëindiging van verstrekkingen niet bewerkstelligen.
Eiser voerde aan dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en dat er sprake was van een nieuw primair besluit, maar de rechtbank verwierp deze stellingen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van 31 oktober 2008, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat de beëindiging van verstrekkingen aan uitgeprocedeerde asielzoekers van rechtswege plaatsvindt en dat latere brieven of besluiten dit rechtsgevolg niet kunnen wijzigen. Tevens benadrukt de rechtbank het belang van correcte toepassing van bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van verstrekkingen wordt vernietigd.