ECLI:NL:RBDOR:2009:BK3906
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige machtiging wegens onvoldoende actuele geneeskundige verklaring Wet BOPZ
De officier van justitie verzocht op 18 juni 2009 om een voorlopige machtiging volgens artikel 2 van Pro de Wet BOPZ voor betrokkene, die vermoedelijk leed aan een schizo-affectieve stoornis en diabetes mellitus. De rechtbank hield op 29 juni 2009 een mondelinge behandeling bij betrokkene thuis, waarbij ook de behandelend psychiater M.E.C. Neve werd gehoord.
De geneeskundige verklaring van 15 juni 2009, opgesteld door psychiater G. Schut, bleek niet te voldoen aan de wettelijke eisen. De verklaring was gebaseerd op onderzoek verricht voordat betrokkene het ziekenhuis verliet, terwijl pas daarna de diabetes werd vastgesteld en behandeld. Bovendien bleek dat betrokkene niet persoonlijk door de psychiater was onderzocht, maar door een arts-assistent en een SVP-er, wat niet voldeed aan de vereisten van artikel 5 Wet Pro BOPZ.
De rechtbank concludeerde dat de verklaring onvoldoende inzicht gaf in de actuele situatie van betrokkene, waardoor het gevaar dat betrokkene voor zichzelf en anderen zou kunnen vormen niet adequaat kon worden beoordeeld. Daarom werd het verzoek aangehouden tot 13 juli 2009 om een nieuwe verklaring te overleggen, met een vervolg mondelinge behandeling gepland op 16 juli 2009.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging wordt afgewezen wegens onvoldoende actuele geneeskundige verklaring.