ECLI:NL:RBDOR:2009:BK6092

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
13 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09/1164
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 AwbArt. 7:1a AwbArt. 8:54a AwbArt. 8:74 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank oordeelt dat gemeente ten onrechte instemde met rechtstreeks beroep en beveelt behandeling als bezwaarschrift

Eisers maakten bezwaar tegen een besluit van de gemeente Alblasserdam waarin hen werd gelast het gebruik van een pand voor detailhandelsdoeleinden te staken, met een dwangsom bij niet-naleving. Eisers verzochten om rechtstreeks beroep bij de rechtbank, waarbij de gemeente instemde. De rechtbank oordeelde dat deze instemming onterecht was omdat de regeling voor rechtstreeks beroep slechts in bijzondere gevallen geldt, namelijk wanneer al een uitputtende gedachtewisseling tussen bestuur en belanghebbende heeft plaatsgevonden.

De rechtbank stelde vast dat eisers onvoldoende hadden onderbouwd waarom de bezwaarprocedure overgeslagen moest worden en dat er geen sprake was van een bijzonder geval. De rechtbank sloot daarop het onderzoek en bepaalde dat het beroepschrift als bezwaarschrift door de gemeente behandeld moet worden. Tevens werd de gemeente verplicht het betaalde griffierecht van € 297,00 aan eisers te vergoeden.

De uitspraak benadrukt het belang van de bezwaarprocedure als standaardroute en beperkt de toepassing van rechtstreeks beroep tot uitzonderlijke situaties waarin de primaire fase al voldoende is uitgewerkt. De rechtbank wees een verzoek om voorlopige voorziening af en gaf geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan ten onrechte instemde met rechtstreeks beroep en beveelt dat het beroepschrift als bezwaarschrift wordt behandeld; de gemeente moet het griffierecht vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Sector Bestuursrecht
procedurenummer: AWB 09/1164
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken
inzake
1. [naam], zetelend te [plaats], en
2. [naam]., zetelend te [adres],
eisers,
gemachtigde: mr. I.L. Haverkate, advocaat te Amsterdam,
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam, verweerder,
gemachtigde: mr. H.J. Breeman, advocaat te Rotterdam.
1. Ontstaan en loop van het geding
Bij besluit van 31 augustus 2009 heeft verweerder eiseres sub 2 gelast het gebruik van het pand [adres] voor detailhandelsdoeleinden te staken binnen twee weken na verzending van dit besluit. Daarbij heeft verweerder bepaald dat bij niet-voldoening aan deze last eiseres sub 2 een dwangsom van € 31.000,- per week verbeurt met een maximum van € 310.000,-.
Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 3 september 2009 bezwaar gemaakt bij verweerder. Eisers hebben verweerder daarin verzocht in te stemmen met het instellen van rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Bij een tweede brief van 3 september 2009 hebben eisers de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht verzocht om een voorlopige voorziening.
Bij brief van 8 september 2009 heeft verweerder ingestemd met het verzoek om rechtstreeks beroep.
Bij brief van 21 september 2009 heeft verweerder de rechtbank Dordrecht verzocht het bezwaarschrift van eisers van 3 september 2009 als beroepschrift in behandeling te willen nemen.
Bij uitspraak van 5 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
2. Overwegingen
2.1. Bij de onderhavige beoordeling zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang.
Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken, tenzij het besluit:
a. op bezwaar of in administratief beroep is genomen,
b. aan goedkeuring is onderworpen,
c. de goedkeuring van een ander besluit of de weigering van die goedkeuring inhoudt, of
d. is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4.
Ingevolge artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb kan de indiener in het bezwaarschrift het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter, zulks in afwijking van artikel 7:1.
Ingevolge artikel 7:1a, derde lid, van de Awb kan het bestuursorgaan met het verzoek instemmen indien de zaak daarvoor geschikt is.
Ingevolge artikel 8:54a, eerste lid, van de Awb, kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het bestuursorgaan kennelijk ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Ingevolge het tweede lid van dat artikel strekt in dat geval de uitspraak ertoe dat het bestuursorgaan het beroepschrift als bezwaarschrift behandelt.
2.2. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat rechtstreeks beroep uitzondering moet blijven en dat de bezwaarschriftprocedure slechts in bijzondere gevallen achterwege dient te blijven. De regeling voor rechtstreeks beroep is vooral bedoeld voor gevallen waarin in de primaire fase reeds een zodanig uitputtende gedachtewisseling tussen bestuur en belanghebbende heeft plaatsgevonden, dat de bezwaarschriftprocedure daaraan weinig of niets meer kan toevoegen, terwijl tevens vaststaat dat het besluit nog altijd in geschil is. Gevallen waarin nog onvoldoende onderzoek naar de feiten is gedaan, lenen zich vanzelfsprekend niet voor rechtstreeks beroep. De rechtbank verwijst daartoe naar Kamerstukken 2000/2001, 27 563, nr. 3, p. 3 en 4.
De rechtbank stelt vast dat eisers het verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep niet hebben onderbouwd. In het verzoek aan verweerder is slechts verzocht om de bezwaarprocedure over te slaan. Hiermee is onvoldoende gemotiveerd aangegeven waarom het bezwaarschrift een bijzonder geval betreft, zoals hiervoor omschreven. Voorts is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een bijzonder geval, in die zin dat bij de voorbereiding van het bestreden primaire besluit sprake is geweest van een uitputtende gedachtewisseling tussen betrokkenen. Daar waar het eisers er kennelijk om te doen is met het overslaan van de bezwaarschriftenprocedure zo snel mogelijk een rechterlijke beslissing te verkrijgen, moet worden vastgesteld dat artikel 7:1a van de Awb daarvoor niet is bedoeld.
2.3. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank grond om het onderzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:54a, eerste lid, van de Awb te sluiten.
Gelet op artikel 8:54a, tweede lid, van de Awb, zal de rechtbank bepalen dat verweerder het beroepschrift van 3 september 2009 alsnog als bezwaarschrift dient te behandelen. De rechtbank zal het bezwaarschrift daartoe naar verweerder doorzenden.
2.4. Aangezien verweerder ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep, bepaalt de rechtbank met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb dat de gemeente Alblasserdam het met betrekking tot deze zaak door eiser betaalde griffierecht van € 297,00 vergoedt.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding, omdat over de tot nu toe gemaakte kosten in het kader van de bezwaarschriftprocedure een beslissing kan worden genomen.
Gezien het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt.
3. Beslissing
De rechtbank Dordrecht,
- bepaalt dat het eisers beroepschrift van 3 september 2009 door verweerder in behandeling dient te worden genomen als bezwaarschrift tegen verweerders besluit van 31 augustus 2009;
- bepaalt dat de gemeente Alblasserdam het griffierecht van € 297,00 aan eisers
dient te vergoeden.
Aldus gegeven door mr. P.K. Nihot, rechter, en door deze en mr. N.M. Zandbergen, griffier, ondertekend.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op:
Afschrift verzonden op: