ECLI:NL:RBDOR:2009:BL8926
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen griffierecht bij verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv
De Bank maakte bezwaar tegen het door de griffier van de rechtbank Dordrecht vastgestelde vastrecht van €4.938,-- in een procedure tegen de Rabobank. De Bank stelde dat het griffierecht onterecht hoog was berekend omdat de procedure een verklaringsprocedure betrof ex artikel 477a Rv, waarbij het financiële belang onbepaald is.
De rechtbank overwoog dat de vordering inderdaad strekt tot het verkrijgen van een verklaring van de derde-beslagene, de Bank, conform artikel 477a Rv. Hoewel in de dagvaarding een bedrag van €1.046.865,65 werd genoemd, is dit niet bepalend voor de hoogte van het griffierecht bij een verklaringsprocedure.
De rechtbank stelde vast dat de procedure moet worden aangemerkt als een zaak met onbepaald belang, waardoor het griffierecht volgens artikel 2 lid 2 sub Pro 2 onder g Wtbz moet worden vastgesteld op €262,--. Het verzet werd daarom gegrond verklaard en de griffier werd bevolen het teveel betaalde bedrag in mindering te brengen.
Uitkomst: Het verzet tegen het opgelegde griffierecht wordt gegrond verklaard en het vastrecht wordt vastgesteld op €262,--.