ECLI:NL:RBDOR:2010:BL0609
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid voorzieningenrechter tot toetsing deugdelijkheid vordering bij opheffing conservatoir beslag ondanks arbitrageovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres de opheffing van conservatoir derdenbeslag dat BLC op haar vermogen heeft gelegd ter zekerheid van een vordering van circa €90.000,-. Partijen zijn overeengekomen dat geschillen via arbitrage worden beslecht, maar de voorzieningenrechter is bevoegd tot opheffing van het beslag.
Eiseres stelt dat BLC dubbele betaling van meerwerk tracht te verkrijgen en dat het beslag buiten proportioneel en onnodig is, mede omdat de bank van eiseres haar pandrecht heeft ingeroepen. BLC betwist de ondeugdelijkheid van haar vordering en stelt dat het beslag noodzakelijk is om verhaal te waarborgen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de bevoegdheid tot toetsing van de deugdelijkheid van de vordering bij opheffing van beslag niet wordt uitgesloten door de arbitrageovereenkomst. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de ingebrachte stukken en belangenafweging. Er blijkt niet summierlijk van ondeugdelijkheid van de vordering. Ook is het beslag niet buiten proportie of onnodig. Het belang van BLC bij handhaving van het beslag weegt zwaarder dan het belang van eiseres bij opheffing.
De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.