ECLI:NL:RBDOR:2010:BL5732
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijk ouderlijk gezag en hoofdverblijfplaats bij vader vastgesteld
De man verzocht de rechtbank te bepalen dat hij en de vrouw gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind zullen uitoefenen en dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem zal zijn. Hij overhandigde een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan.
De rechtbank constateerde dat het ouderschapsplan grotendeels overeenkomt met de feitelijke situatie en dat de moeder inmiddels in het buitenland verblijft. Gezien de voorgeschiedenis tussen partijen en het belang van het kind achtte de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om op de stukken te beslissen.
De rechtbank wees het verzoek toe, waarbij het gezamenlijk gezag werd vastgesteld en de hoofdverblijfplaats bij de vader werd gelegd. De inhoud van het ouderschapsplan werd integraal opgenomen en als uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De minderjarige, geboren in 2000, was op het moment van de beschikking negen jaar oud en niet betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan. De rechtbank handhaafde de regeling in het belang van het kind en bevestigde de feitelijke situatie.
Uitkomst: Gezamenlijk ouderlijk gezag toegewezen en hoofdverblijfplaats van het kind vastgesteld bij de vader.