ECLI:NL:RBDOR:2010:BL8911
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitleg en nakoming van earn-out regeling bij aandelenverkoop
De oude directeur-grootaandeelhouder (DGA) verkocht in 1997 zijn aandelen in een BV aan zijn opvolger, waarbij de koopsom bestond uit een vast bedrag en een variabel deel gebaseerd op 52% van de winst over de jaren 1998 tot en met 2005, gemaximeerd op 6 miljoen gulden. De opvolger behaalde hoge winsten, waardoor het maximum al in 2000 werd bereikt. Dit leidde tot onenigheid over de uitleg van de earn-out regeling, met name over de vraag of de winstafdracht ook betrekking had op de jaren 2001-2003.
Daarnaast was er discussie over de hoogte van de managementvergoeding en pensioenvoorziening, alsmede over de winstberekeningsmethode (percentage of completion versus completion of contract). De eiseres vorderde betaling van een aanvullende earn-out vergoeding, correcties op managementvergoeding, pensioen en fasewinst, plus wettelijke rente en kosten. De gedaagden betwistten de vorderingen en stelden onder meer dat finale kwijting was verleend en dat de winstcorrecties onterecht waren.
De rechtbank oordeelde dat de earn-out regeling zo moest worden uitgelegd dat de winstafdracht ook de jaren 2001 tot en met 2003 omvatte, dat de pensioenvoorziening niet was overeengekomen en dat de managementvergoeding niet zonder nadere feiten kon worden verhoogd. De winstcorrectie wegens fasewinst werd toegewezen, waarbij een deskundige benoemd zou worden om de winst in 2004 te bepalen volgens de percentage of completion methode. De vordering in reconventie van de gedaagden werd afgewezen. De procedure werd aangehouden voor nadere proceshandelingen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiseres toe voor het deel van de earn-out en winstcorrecties, wijst de reconventie af en houdt de zaak aan voor nadere proceshandelingen.