ECLI:NL:RBDOR:2010:BM0105
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesheffing bouwvergunning op basis van geraamde bouwkosten
Eiser maakte bezwaar tegen de door de gemeente Alblasserdam opgelegde leges voor de behandeling van een bouwaanvraag, waarbij de leges werden berekend op basis van een geraamd bedrag van € 257.000,- aan bouwkosten. De gemeente had geen begroting van kosten ontvangen en schatte daarom de leges aan de hand van het opgegeven bedrag en het normblad NEN 2631.
Eiser stelde dat de werkelijke bouwkosten substantieel lager waren en dat de leges onterecht hoog waren vastgesteld. Daarnaast voerde eiser aan dat de procedure niet conform het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning was gevolgd en dat de uitspraak op bezwaar onduidelijk en onvolledig was.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente een autonome bevoegdheid heeft om de heffingsmaatstaf vast te stellen en dat deze bevoegdheid slechts beperkt kan worden door hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen. De rechtbank stelde vast dat de legesverordening leidend is en dat de schatting van de bouwkosten op basis van het opgegeven bedrag en het NEN 2631-normblad in overeenstemming is met deze verordening.
Verder overwoog de rechtbank dat het lagere werkelijke kostenbedrag niet leidt tot een wijziging van het legesbedrag. Ook wees de rechtbank de beroepsgrond af dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd. De verwijzingen van eiser naar eerdere jurisprudentie werden gepasseerd op basis van een recente uitspraak van de Hoge Raad.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de gemeente terecht leges heeft geheven op basis van de geraamde bouwkosten van € 257.000,- en verklaart het beroep ongegrond.