ECLI:NL:RBDOR:2010:BM0528
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Mandeligheid en bijdrageplicht bij sloop van pand en funderingsherstel
De zaak betreft een geschil tussen twee buren over de vraag of de eigenaar van een gesloopt pand moet bijdragen in de herstelkosten van de fundering onder de voormalige scheidsmuur die mandelig was. De eigenaar van het overgebleven pand vordert dat de buurman bijdraagt in de kosten van funderingsherstel, omdat de fundering mede mandelig was.
De rechtbank stelt vast dat volgens artikel 5:62 lid 2 BW Pro de mandeligheid van een scheidsmuur vervalt zodra deze niet langer voldoet aan de wettelijke eisen, zoals bij sloop van het ene pand. Hierdoor vervalt ook de bijdrageplicht van de eigenaar van het gesloopte pand. De tijdelijke schoorconstructie die na de sloop werd geplaatst, herleeft de mandeligheid niet.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt de eiser in de proceskosten van de gedaagde. Ook de tegenvordering van de gedaagde wegens onrechtmatig handelen wordt afgewezen. De rechtbank benadrukt dat het recht van de eigenaar om over zijn eigendom te beschikken, waaronder sloop, niet onrechtmatig is jegens de buurman, ook al leidt dit tot hogere herstelkosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat de mandeligheid en bijdrageplicht vervallen door sloop van het pand.