ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3546
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar kan uitgekeerde schade verhalen wegens onjuiste opgave strafrechtelijk verleden
De verzekerde heeft bij het afsluiten van een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering onjuist verklaard dat hij geen strafrechtelijk verleden had, terwijl hij in 2003 was gedetineerd. Na een aanrijding in 2007 waarbij schade werd veroorzaakt, betaalde de verzekeraar de schade aan de benadeelden. Toen de verzekeraar ontdekte dat de verzekerde onjuiste informatie had verstrekt, vorderde zij terugbetaling van de uitgekeerde bedragen.
De verzekerde voerde verweer dat de algemene voorwaarden niet tijdig waren verstrekt, dat de vraag over het strafrechtelijk verleden interpretatieruimte bood en dat hij de mededelingsplicht niet had geschonden. De rechtbank oordeelde dat de algemene voorwaarden tijdig waren toegezonden en dat de verzekerde de vraag over zijn strafrechtelijk verleden had moeten begrijpen als relevant. De onjuiste opgave leidde tot schending van de mededelingsplicht.
De rechtbank stelde vast dat de bestuurder van de auto na het ongeval de plaats had verlaten zonder zijn identiteit bekend te maken, waardoor de dekking op grond van de polisvoorwaarden was uitgesloten. De verzekeraar mocht de uitgekeerde schadebedragen op de verzekerde verhalen op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en het Burgerlijk Wetboek. De vordering tot betaling van wettelijke rente werd toegewezen, maar de gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De verzekerde is veroordeeld tot terugbetaling van uitgekeerde schadebedragen en wettelijke rente aan de verzekeraar.