ECLI:NL:RBDOR:2010:BM6094
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na bewust inrijden op andere weggebruiker
Verzoeker werd geconfronteerd met een incident waarbij hij op 10 februari 2010 bewust met zijn vrachtwagen achteruit op een busje is ingereden, na een conflict met de bestuurder van dat busje. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde op grond hiervan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs. Verzoeker betoogde dat hij handelde uit noodweer of noodweerexces en dat het onderzoek niet binnen de wettelijke termijn was opgelegd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de wettelijke termijn van vier weken voor het opleggen van het onderzoek geen fatale termijn is en dat het teruggeven van het rijbewijs door de politie geen gerechtvaardigd vertrouwen gaf dat het onderzoek achterwege zou blijven. De feiten, waaronder de verklaring van verzoeker en het proces-verbaal van de politie, maakten aannemelijk dat sprake was van bewust inrijden op een andere weggebruiker.
De rechtbank stelde vast dat het CBR het onderzoek terecht oplegde op grond van het vermoeden van een geestelijke stoornis vanwege ernstig gestoord inzicht of gedrag, waarbij het bewust inrijden als grondslag geldt. De argumenten van verzoeker over noodweer en de toedracht waren voor het opleggen van het onderzoek niet relevant. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een geschiktheidsonderzoek wordt afgewezen.