ECLI:NL:RBDOR:2010:BM7356
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding van kosten door vrouw op grond van koude uitsluiting huwelijkse voorwaarden
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting en zonder verrekenbeding. Tijdens het huwelijk heeft de man diverse kosten betaald die hij deels wilde verhalen op de vrouw, waaronder abonnementen, boetes, ziektekosten en aanbetalingen. De vrouw voerde aan dat zij geen inkomen had en dat deze kosten tot de huishouding behoorden, die de man als kostwinner diende te dragen.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van de huishouding, waaronder ook ziektekosten en kosten voor roerende zaken zoals een sauna en stoel, door de man uit zijn inkomen voldaan moesten worden. Voor overige kosten die niet tot de huishouding behoren, geldt de wettelijke verplichting uit art. 1:81 BW Pro dat echtgenoten elkaar het nodige verschaffen zolang het huwelijk duurt en ook als zij niet samenwonen.
De man kon onvoldoende onderbouwen dat er sprake was van een gemeenschap die verdeeld moest worden, zodat zijn subsidiaire vordering tot vaststelling van de verdeling werd afgewezen. De belastingaanslagen en debetsaldi op bankrekeningen werden toegerekend aan de man, omdat deze op zijn inkomen betrekking hadden en hij de schulden had doen ontstaan.
De vrouw werd veroordeeld om medewerking te verlenen aan de opheffing van bankrekeningen. De vordering van de vrouw tot vergoeding van een belastingterugvordering werd toegewezen, omdat zij niet gehouden was om bij te dragen aan lasten waarvoor zij geen inkomen had geleverd.
De proceskosten werden gecompenseerd en elke partij draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De vrouw is niet gehouden tot vergoeding van de door de man betaalde kosten buiten de huishouding; zij moet medewerking verlenen aan opheffing bankrekeningen en de man betaalt €1.747,- aan de vrouw.