ECLI:NL:RBDOR:2010:BM9975
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing exequaturverzoek tot tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis in Nederland
Op 26 juni 2003 sloten Dubai Drydocks en [verweerster] een overeenkomst voor de nieuwbouw van een kraan. Na een technische storing startte Dubai Drydocks in februari 2008 een arbitrage bij het Dubai International Arbitration Centre (DIAC) tegen [verweerster]. De arbiter, Robert Lindsay Gordon, wees op 15 december 2008 een vonnis toe aan Dubai Drydocks ter waarde van ruim USD 2,3 miljoen plus rente en kosten.
[Verweerster] nam aanvankelijk deel aan de arbitrage maar trok zich in juli 2008 terug en diende geen conclusie van antwoord in. Dubai Drydocks verzocht vervolgens bij de Nederlandse voorzieningenrechter om verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis in Nederland op grond van artikel 1076 Rv Pro, subsidiair artikel 1075 Rv Pro (Verdrag van New York).
[Verweerster] voerde verweer met onder meer betwisting van de geldigheid van de arbitrageovereenkomst, strijd met de openbare orde en het ontbreken van dubbele exequatur. De voorzieningenrechter oordeelde dat [verweerster] in het arbitraal geding is verschenen en geen geldige gronden voor weigering van erkenning heeft aangevoerd. Er is geen strijd met de internationale openbare orde en een dubbele exequatur is niet vereist.
De voorzieningenrechter verleende het gevraagde verlof onder de voorwaarde dat Dubai Drydocks zekerheid stelt via een bankgarantie. Tevens werd [verweerster] veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis wordt verleend onder voorwaarde van zekerheidstelling door Dubai Drydocks.