ECLI:NL:RBDOR:2010:BN0377
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naamsvaststelling bij naturalisatie conform Rijkswet op het Nederlanderschap
Eiser verzocht om naamsvaststelling bij naturalisatie met de achternaam [naam 1], terwijl in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) zijn naam als [naam 2] was geregistreerd op basis van een verklaring onder ede ex artikel 36 Wet Pro GBA. Verweerder handhaafde het beleid om bij naturalisatie uit te gaan van de in de GBA opgenomen namen, tenzij sprake is van een kennelijke administratieve misslag.
De rechtbank overwoog dat gebruikers van de GBA mogen vertrouwen op de juistheid van de gegevens en dat een eenmaal afgelegde verklaring onder ede niet kan worden herroepen. Eiser had de mogelijkheid om voorafgaand aan zijn naturalisatie verzoek een procedure te starten om onjuistheden te corrigeren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Eiser voerde aan dat hij bevoegd was om de naam [naam 1] te voeren en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat zijn familieleden deze naam dragen. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van gelijke gevallen, omdat de familieleden in de GBA met die naam stonden ingeschreven.
De rechtbank concludeerde dat de naamsvaststelling bij Koninklijk Besluit van 5 juli 2008 correct en conform artikel 12 RWN Pro heeft plaatsgevonden en dat het beroep ongegrond is. De naam [naam 1] kon niet worden gekozen omdat deze niet in de namenreeks in de GBA voorkwam.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de naamsvaststelling bij naturalisatie conform artikel 12 RWN wordt bevestigd.