ECLI:NL:RBDOR:2010:BO3191
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid Rabobank in verzoek tot verbod procedure curator in faillissement
De Rabobank verzocht de rechter-commissaris om de curator te verbieden een procedure tegen haar te starten in het faillissement van Rederij Carolina Beheer B.V., omdat zij meent dat de curator onterecht aanspraak maakt op boedelactief. De rechter-commissaris verklaarde de Rabobank niet-ontvankelijk, waarop de Rabobank hoger beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de regeling van artikel 69 Faillissementswet Pro niet bedoeld is om persoonlijk toekomende rechten tegenover de boedel geldend te maken of om een schuldeiser te beschermen tegen procedures van de curator. De Rabobank streeft met haar verzoek haar eigen belang na door een verbod te vragen tegen de curator om een vordering in te stellen, hetgeen niet binnen de reikwijdte van artikel 69 Fw Pro valt.
De rechtbank verwierp het verweer dat het procesbeginsel van hoor en wederhoor was geschonden en stelde vast dat de Rabobank geen te respecteren eigen belang heeft bij haar verzoek, aangezien zij als concurrente schuldeiser geen aanspraak kan maken op het boedelactief. De rechtbank bekrachtigde de beschikking van de rechter-commissaris en verklaarde de Rabobank niet-ontvankelijk in haar beroep.
De Rabobank werd niet in de proceskosten veroordeeld vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. De uitspraak bevestigt dat artikel 69 Fw Pro niet kan worden gebruikt om de curator te beletten een procedure te starten tegen een schuldeiser in het faillissement.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de Rabobank niet-ontvankelijk in haar verzoek en bekrachtigt de beschikking van de rechter-commissaris.