ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4062
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koop- en ontwikkelingsovereenkomst wegens niet-verleende bouwvergunning
De zaak betreft een geschil tussen een bouwbedrijf en een perceeleigenaar over de ontbinding van een koop- en ontwikkelingsovereenkomst. De overeenkomst hield in dat de perceeleigenaren hun compensatierechten zouden overdragen aan het bouwbedrijf, dat een villa wilde ontwikkelen. De overeenkomst bevatte een ontbindende voorwaarde dat bij het niet verkrijgen van een onherroepelijke bouwvergunning vóór een bepaalde datum de overeenkomst van rechtswege zou ontbinden.
De bouwvergunning werd niet onherroepelijk verleend vóór de gestelde termijn, waarna het bouwbedrijf de overeenkomst als ontbonden beschouwde en de aanbetaling terugvorderde. De perceeleigenaar stelde dat het bouwbedrijf onvoldoende inspanningen had verricht om de vergunning te verkrijgen en dat het beroep op ontbinding onaanvaardbaar was volgens redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de ontbindende voorwaarde rechtsgeldig was vervuld, dat het bouwbedrijf de vergunningaanvraag correct had ingediend, en dat de stellingen van de perceeleigenaar onvoldoende waren onderbouwd. Het beroep op ontbinding was niet onaanvaardbaar. De perceeleigenaar werd veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling met wettelijke rente en in de proceskosten. De vordering van de perceeleigenaar tot schadevergoeding wegens vermeende tekortkoming werd afgewezen.
Uitkomst: De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling met rente.