ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4153
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wegens rijden onder invloed
Verzoeker werd op 8 oktober 2010 door het CBR een onderzoek naar zijn geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen opgelegd en zijn rijbewijs geschorst nadat hij in een stilstaande auto werd aangetroffen met een bloedalcoholgehalte van 2,89‰. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, stellende dat hij niet onder invloed had gereden.
De voorzieningenrechter overwoog dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid bevoegd was het onderzoek op te leggen en het rijbewijs te schorsen. Uit het proces-verbaal bleek dat verzoeker achter het stuur zat, niet aanspreekbaar was, en tekenen van alcoholgebruik vertoonde. Verzoeker kon geen plausibele verklaring geven voor het hoge alcoholgehalte en het feit dat hij als bestuurder was aangetroffen.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat verzoeker met het hoge alcoholgehalte had gereden en dat het CBR terecht het rijbewijs had geschorst. Gezien het spoedeisend belang en de omstandigheden was geen voorlopige voorziening gerechtvaardigd. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot schorsing van het rijbewijs wegens rijden onder invloed wordt afgewezen.