ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4663
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer na risicovol rijgedrag motorscooter
Verzoeker werd door het CBR een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) opgelegd wegens vermoedens dat hij niet langer beschikte over de vereiste rijvaardigheid en geschiktheid. Dit volgde op een politieachtervolging waarbij de bestuurder van een motorscooter, die op naam van verzoeker stond, diverse essentiële verkeersregels had overtreden.
Verzoeker betwistte dat hij de bestuurder was en stelde passagier te zijn geweest. Hij voerde aan dat een andere persoon, een vage kennis, de bestuurder was. Verzoeker ondersteunde zijn stelling met een getuigenverklaring en een anonieme schriftelijke verklaring. De politieagent die het proces-verbaal op ambtseed had opgesteld, verklaarde echter verzoeker als bestuurder te hebben herkend op basis van gezicht en helm.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het op ambtseed opgestelde proces-verbaal een voldoende grondslag vormt voor het vermoeden van ontoereikende rijvaardigheid. De tegenbewijsvoering van verzoeker werd onvoldoende geloofwaardig geacht, mede omdat verzoeker de identiteit van de vermeende bestuurder niet bekend maakte. Nader onderzoek zou niet bijdragen aan een betere beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.