ECLI:NL:RBDOR:2010:BO5292
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.M. Lecluse-de Bruijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering wegens onrechtmatige ontruiming en vernietiging roerende zaken
Tussen partijen heeft een huurovereenkomst bestaan die is ontbonden wegens huurachterstand, waarna de woning op 27 maart 2007 is ontruimd. De verhuurder heeft de roerende zaken uit de woning voor 13 weken opgeslagen en daarna vernietigd. De voormalig huurder vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige daad omdat hij tijdens de ontruiming in detentie zou hebben verbleven en daardoor zijn goederen niet kon veiligstellen.
De verhuurder betwist de detentie wegens gebrek aan bewijs en stelt dat de ontruiming wettelijk correct is uitgevoerd. Tevens beroept zij zich op artikel 3:117 lid 1 BW Pro dat inhoudt dat roerende zaken die aan de openbare weg worden geplaatst kennelijk zijn prijsgegeven. De kantonrechter oordeelt dat voor kennelijk prijsgeven een duidelijke wil tot afstand van bezit vereist is, wat niet is vastgesteld.
De kantonrechter laat in het midden of de huurder daadwerkelijk in detentie was, maar constateert dat er geen contact was tussen partijen en dat de huurder geen maatregelen had getroffen om zijn inboedel te beschermen. De verhuurder heeft gehandeld als zaakwaarnemer en de roerende zaken met de nodige zorg 13 weken opgeslagen. Gezien de omstandigheden is dit voldoende en is er geen sprake van onrechtmatig handelen. De schade is bovendien niet aannemelijk gemaakt. De vordering wordt afgewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige ontruiming en vernietiging van roerende zaken wordt afgewezen.