ECLI:NL:RBDOR:2010:BO7043
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor geldlening en toetsing toestemming echtgenote
Runica B.V. verstrekte op 14 mei 2007 een geldlening van €600.000 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2], waarbij beiden als schuldenaar werden aangeduid. [gedaagde 2] tekende mede als borg. Na het niet nakomen van renteverplichtingen ontbond Runica de overeenkomst en vorderde betaling van de hoofdsom met rente en kosten. De echtgenote van [gedaagde 2] stelde dat de overeenkomst vernietigbaar was wegens het ontbreken van haar toestemming op grond van artikel 1:88 BW Pro.
De rechtbank stelde vast dat [gedaagde 2] hoofdelijk medeschuldenaar is en dat de lening binnen de normale bedrijfsuitoefening van [gedaagde 1] valt, waardoor de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW Pro op het toestemmingsvereiste van toepassing is. De vernietiging door de echtgenote faalt derhalve.
De rechtbank veroordeelde [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van €600.000 vermeerderd met 10% contractuele rente vanaf 14 mei 2007, minus een betaling van €80.000, en wees de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van Runica toegewezen en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van €600.000 plus 10% rente en proceskosten, waarbij de vernietiging wegens ontbreken toestemming echtgenote wordt afgewezen.